De mens is voor de eeuwigheid geschapen. Daarom moet hij ook een eeuwigheidslichaam bezitten, hetzij voor de zaligheid en heerlijkheid of voor het oordeel van wening en knarsing der tanden.
Nu is de volkomen verlossing, door Christus aangebracht, daarin gelegen dat de mens die gelooft naar de Heilige Schrift, verlost wordt naar ziel en lichaam beide; waarom ook apostel Paulus uitriep: “Wie zal mij verlossen van dit lichaam der zonde en des doods? Ik dank God, (zegt hij) door Jezus Christus, onze Heer.” (Rom. 7:24,25).
Hij is dus de algehele Verlosser.
Als de ziel verlost is van de vloek van de zonde en de eeuwige dood door het lijden en sterven van onze Heer Jezus Christus voor de zonde, dan is Hij het ook Die de onsterfelijkheid aan het licht gebracht heeft en de onsterfelijke ziel zal bekleden met een nieuw en verheerlijkt lichaam der eerste opstanding, van hen, die in Jezus ontslapen zijn (1 Thess. 4:16).
Dit is het grote en centrale heilsfeit, dat God Almachtig Christus opgewekt heeft uit de dood van het kruis, door de uitnemende grootheid van Zijn kracht, naar de werking der sterkte van Zijn macht, zonder bemiddeling van Zijn engelen.
Met de opstanding uit de dood van Jezus Christus, is de dood overwonnen; die Christus voor de Zijnen heeft teniet gemaakt, want eerst als Zijn ziel tot een schuldoffer zou gesteld hebben, zou Hij zaad zien, onverderfelijk zaad, zaad voor eeuwigheden.
Door Zijn opstanding uit de dood zou Hij de dagen van Zijn leven verlengen, over dood en graf heen, tot in alle eeuwigheden, waarvan Jona het teken of voorbeeld was, die drie dagen en drie nachten in de ingewanden van de grote vis opgesloten was en op de derde dag op het droge werd geworpen en wiens dagen aldus verlengd waren.
Dit was het voorbeeld van de gewisse weldadigheden van David, voor die getrouw zijn, want de opgestane Christus uit de dood heeft geen verderving gezien en Zijn troon is bevestigd tot in eeuwigheid (2 Sam. 7:16).
Met de opstanding van Christus uit de doden begon Zijn verhoging in de verheerlijkte staat en Rechtspositie als Koning der koningen en Heer der heren, Die alleen de onsterfelijkheid heeft en een ontoegankelijk licht bewoont voor de Middelaar Gods en de mensen, naar Gods eeuwige ordinantie vastgesteld (1 Tim. 6:15,16).
Deze onsterfelijkheid en onverderfelijkheid heeft de Heer Jezus medegedeeld aan iedere ziel, die in het geloof naar de Schriften in Jezus ontslapen is, of de levende verandering voor hen, die bij Jezus wederkomst in heerlijkheid niet ontkleed, maar overkleed zullen worden, beide verzegeld zijnde (2 Kor. 5:1,2 en 4).
De Heilige Schrift bezigt voor het Paaswonder twee bewoordingen: Jezus uit de doden opgewekt (Matth. 16:21, 1 Kor. 15:12), en Jezus uit de doden opgestaan (Luk 24:6, 1 Thess. 4:14), wat op de derde dag na Zijn sterven geschied is, waardoor de profetie van Hoséa 6 vers 2 vervuld werd: “Hij zal ons na twee dagen levend maken; op den derden dag zal Hij ons doen verrijzen, en wij zullen voor Zijn aangezicht leven.”
Christus is alzo de Eerstgeborene uit de doden. Hij is ook de Eersteling van degenen die ontslapen zijn, en die zullen Hem in de eerste opstanding uit de doden volgen.
Door de kracht van de Geest en de sterkte van Zijn macht, uit het graf verrezen, zal de Gemeente, die Hij met Zijn bloed gekocht heeft, zeggen: “Ziet, Deze is onze God; wij hebben Hem verwacht, en Hij zal ons zalig maken. Deze is de Heere, wij hebben Hem verwacht, wij zullen ons verheugen en verblijden in Zijn zaligheid.” (Jes. 25:9).
Op de berg Sion, die gesteld is op de top aller bergen, dit is het beeld van koninkrijken en grote kerkafdelingen, zal de Heer Jezus de dood verslinden, totdat deze overwonnen is.
Maar van alle vijanden van God en Zijn volk, is de dood de laatste vijand die vernietigd wordt (1 Kor. 15:26). Zelfs in het duizendjarig vrederijk zal de dood nog heersen, want Jesaja 65 vers 20 zegt: “Daar zal geen zuigeling meer wezen van weinige dagen, die jong sterven zal, en die honderd jaar oud is, zal sterven als een knaap.”
Wanneer zal de eerste opstanding met een verheerlijkt lichaam plaats vinden?
Wat leert het nauwkeurig onderzoek der Heilige Schrift, waarnaar wij te geloven hebben?
In 1 Korinthe 15 vers 22 staat: “gelijk allen in Adam sterven, (dit is door de bezoldiging van de zonden, hetwelk is de dood, Rom. 6:23) zullen allen in Christus levend gemaakt worden, namelijk die Christus eigendom geworden zijn, door hun gemeenschap met Christus in Zijn toekomst, dit is bij Zijn eerste wederkomst. Dan zal de herstelling van de gehele mens geschieden.
Door de eerste opstanding in heerlijkheid, zal de gehele vernietiging, van de dood aan de eerstelingen, die in Christus ontslapen zijn, gezien worden, want Christus heeft gezegd: “Zalig en heilig is hij, die deel heeft in de eerste opstanding; over deze heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen heersen duizend jaren.” (Openb. 20:6).
Apostel Paulus schrijft in 1 Korinthe 15 vers 52 dat de eerste opstanding zal geschieden met de laatste bazuin, niet door de laatste bazuin, en dan zullen de doden onverderfelijk opgewekt worden. Door Wie zal het geschieden? Daniël schrijft: “Te dier tijd, als de laatste bazuin slaat, dan zal Michaël (de Heer Jezus) opstaan, Hij zal wederkomen, zowel om de eerste als de tweede opstanding te bewerken.” (Dan. 12:1,2).
Heeft de Heer Jezus Zelf niet gezegd in Johannes 5 vers 25: “Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De ure komt, en is nu, wanneer de doden zullen horen de stem des Zoons Gods, en die ze gehoord hebben, zullen leven.” En vers 28 en 29: “Verwondert u daar niet over, want de ure komt, in dewelke allen, die in de graven zijn, Zijne stem zullen horen; En zullen uitgaan; die het goede gedaan hebben, tot de opstanding des levens, en die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding der verdoemenis.”
In 1 Thessalonicensen 4 vers 16 en 17 leert apostel Paulus, door het woord van de Heer, als beleefde hij zelve de wederkomst van de Heer: “Dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren (dat schreef hij ziende op deze tijd van de wederkomst van de Heer), niet zullen voorkomen (dit is voorgaan) degenen, die ontslapen zijn. Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels (dit is Aartsengel, Opperbode Gods, Vorst der engelen), en met de bazuin Gods (wanneer die zal klinken) nederdalen van den hemel, en die in Christus gestorven zijn (dit is die in Christus gemeenschap ontslapen zijn), zullen eerst opstaan; Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.” (1 Thess. 4:16,17).
Dan begint de herstelling, de schoonheid en de harmonie van de vernieuwde schepping, die het feest zal zijn van de intrede van een nieuw tijdperk, van nooit tevoren vermoede verheerlijking, dat is de bedeling van de volheid der tijden, wanneer Christus wederom alles bijeenvergaderen zal, dat in den hemel en dat op aarde is, opdat de verheerlijkten zullen zijn tot prijs van Zijn heerlijkheid (Éf. 1:12).
De opgestane eerstelingen zullen Christus gelijkvormig zijn, want zo zegt Romeinen 6 vers 5: “Indien wij met Hem ene plant geworden zijn (dit is samengegroeid zijn) in de dood, zo zullen wij het ook zijn in de opstanding.” (zie ook 1 Korinthe 15:42-50, 53, 54).
In 1 Johannes 3 vers 2 en 3: “Nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is. En een iegelijk, die deze hoop op Hem heeft, die reinigt zichzelven, gelijk Hij rein is.” Want de rechtvaardigen zullen blinken gelijk de Zon, in het Koninkrijk des Vaders (Matt. 13:43).
Dat kunnen alleen diegenen worden, die door de handen van de apostelen met de Heilige Geest gedoopt zijn geworden, want Romeinen 8 vers 11 leert: “Indien de Geest Desgenen, Die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont, zo zal Hij, Die Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken, door Zijn Geest, Die in u woont.”
Het verheerlijkte lichaam moet zichtbaar zijn, tastbaar zijn, gelijk aan de verheerlijkte Heer na Zijn opstanding (Fil. 3:21).
Hij is de Eersteling uit de doden, daarna die van Christus zijn, niet de één en daarna de ander, dat zou onbarmhartig van God zijn, want er zal één eerste opstanding zijn (1 Kor. 15:23).
Ook zal er één opvaart ten hemel zijn, want het kind, de Gemeente, de mannelijken sterke zoon van de zonnevrouw, zal worden weggerukt tot God en Zijn troon (Openb. 12:5).
Dat er nu gepredikt wordt, dat sommigen reeds opgestaan zijn met een verheerlijkt lichaam, staat gelijk met de leugen, beschreven in 2 Timótheüs 2 vers 16-18, waarom Paulus aan Timótheüs beveelt: “Maar stel u tegen het ongoddelijk ijdelroepen; want zij zullen in meerdere goddeloosheid toenemen. En hun woord zal voorteten, gelijk de kanker; onder welke is Hymenéüs en Filétus; Die van de waarheid zijn afgeweken, zeggende, dat de opstanding alrede geschied is, en verkeren (veranderen) sommiger geloof.”
Want Christus heeft Zijn opstanding immers bewezen door Zijn verschijningen.
En zo zullen de opgewekte ontslapenen ons, de levenden, ook verschijnen. Ten voorbeeld, zie Matthéüs 27 vers 52 en 53.
De Heer Jezus eist van Zijn Gemeente, dat zij zal geloven gelijk de Heilige Schrift leert (Joh. 7:38).
Het leven en sterven, de opstanding en de verschijningen van de Here Jezus is naar de Schriften geweest (1 Kor.15:3).
Door Zijn opstanding en de verschijningen met een zichtbaar, tastbaar en verheerlijkt lichaam, niet meer onderworpen aan de natuurwetten, is alle bedrog dienaangaande onmogelijk gemaakt, hoewel Zijn graf verzekerd en de steen van het graf met het keizers zegel voorzien was (Matth. 27:66).
Door de opstanding van Jezus Christus, heeft de Gemeente de zekerheid van haar opstanding uit de doden (Rom. 6:8), behoudens degenen, die levend overblijven en veranderd zullen worden, na de opstanding van de ontslapenen (1 Thess. 4:14,17).
De ontslapenen zullen opgewekt worden, gelijkvormig aan Christus (Rom. 6:5, 1 Kor. 15:49 en Fil. 3:21).
Daarom heeft de Heer Jezus Zijn opstanding met vele gewisse bewijzen bewezen (o.a. Luk. 4:35, 38-43). Hij heeft Zijn opstanding zelfs tienvoudig bewezen (tien is het volmaakte getal in het Koninkrijk Gods, BvoT, 5e druk, blz. 491).
De opstanding en verschijningen van de Here Jezus, zijn mede een zeker bewijs van het laatste oordeel (Hand. 10:40-42, 17:31, Rom. 14:9).
De opstanding uit de doden werd reeds verwacht door de gelovigen van het Oude Verbond (Hebr. 11:19). Het middelpunt van het Evangelie is de opstanding van Jezus Christus en de opstanding van de in Christus ontslapenen, die zullen worden opgewekt als Hij, want Hij is het Hoofd van het lichaam, namelijk van de Gemeente, Hij Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen, de Eerste zou zijn! Amen.