Niet alles wat men hoort is goed

Dit woord (Luk. 12:1b) heeft een belangrijke plaats gehad in het hart en in de mond van de Heer Jezus, toen vele duizenden mensen bij Hem bijeen vergaderd waren.

Omdat de Heer alle dingen wist en door en door kende, sprak de Heer met grote vrijmoedigheid deze waarschuwing uit.

Machtig velen omringden Die wondere Heer en Prediker. En dat Hij juist sprak en leerde, bewijst niet alleen dit grote aantal dat Hem omringde. Maar woordelijk lezen wij van onze Heer en Meester: “Hij leerde hen, als machthebbende, en niet als de Schriftgeleerden.” (Matth.7:29).

Vér stond dus de Heer verheven boven de leer van de Schriftgeleerden; ja, vér stond de Heer boven allen verheven. En Hij alleen, kon met waarheid verkondigen, dat niet alles goed was, wat geleerd en gehoord werd door de Farizeërs en Schriftgeleerden.

Dat de Heer dit uitsprak in een buitengewoon geschikt ogenblik, bewijst de gezonde waarheid van Zijn woorden en Zijn verheven kennis van wat door anderen tot het volk werd gebracht.

Toen vele duizenden bijeen vergaderd waren, begon de Heer Jezus tot Zijn discipelen te zeggen dat zij vooral zich wachten moesten voor de zuurdesem van de Farizeërs, welke is geveinsdheid (Luk. 12:1).

Wij nemen aan dat die vele duizenden, welke daar nabij de Heer Jezus stonden, de Heer even goed verstaan hebben als de discipelen daar de Heer duidelijk verstaan hebben.

Want meerdere malen sprak de Heer Jezus als enige duizenden Hem omringden of beluisterden.

Wij lezen van vijfduizend in Matthéüs 14 vers 21 en vierduizend in Matthéüs 15 vers 38.

Al deze getallen leren ons, dat de Heer sprak met macht om zo velen duidelijk Zijn woorden te laten horen.

Maar ook geeft dit alles ons het duidelijkste bewijs, dat de Heer ook Zelf een afkeer had van die Farizese leer. Zuurdesem noemt hier de Heer Jezus de Farizese leer. Dit verstonden ook de discipelen van de Heer (Matth.16:12).

Treffend is de Heer in het kiezen van de beelden.

Zuurdesem is gelijk gist, dat gebruikt wordt bij het bereiden van meel om brood te bakken. Heeft zo’n deel meel met gist daarin enige uren gestaan, dan rijst dit meel en zet het uit. En zo is dit beeld van de Heer erg treffend, toen Hij uitriep dat Zijn discipelen zich wachten moesten voor de zuurdesem van die Farizeeërs.

Al die duizenden mochten dit ook horen. Dit was stellig de bedoeling van de Meester.

Zij allen konden vernemen, dat Die wondere Heer Zijn discipelen een hogere, een betere, een reinere leer verkondigde. Maar niemand wist daar wat de Here Jezus van Zijn discipelen wilde zien.

Vreselijk groot was het verderf, dat reeds gebracht was in de harten van vele mensen, namelijk van hen, die geleerd waren door die geveinsde leer van die Farizeërs.

Stellig hebben de discipelen van de Heer veel en ernstig nagedacht over deze ingrijpende waarschuwing van hun Heer en Meester.

Ja, stellig hebben deze mannen onder elkander nu en dan deze opmerking van de Heer Jezus besproken. Want de Heer zou Zijn discipelen enige malen uitzenden tot de verloren schapen van het huis Israël, om te verkondigen het Evangelie, en met macht, om ook aan zieken hemelse weldadigheid te schenken in de Naam van de Meester (Matth. 10).

Zo kan men heel veel liefde van Christus bemerken, welke ook de discipelen brengen moesten tot de verloren schapen, welke door Farizese veinzerij misleid waren. Door mensenwoorden en door menselijke leerstellingen worden de harten van velen verduisterd, waardoor reeds in Israël de liefde van God werd vergeten.

De toestand van vele duizenden, die nabij de Heer waren, toen Zijn heilige mond deze woorden uitsprak: “Wacht uzelven voor den zuurdesem (leer) der Farizeën, welke is geveinsdheid” (Luk. 12:1b) bewijst zonneklaar, dat hun leer verderf was en van God afleidde.

Allen moesten dit horen, ten eerste de discipelen, maar ook die duizenden.

Voor sommige toehoorders was dit horen waarschijnlijk scherpe kritiek.

Voor alle discipelen was deze waarschuwing een geestelijk medicijn.

Want de Heer wilde dat toen reeds Zijn discipelen het hogere, het betere en het reinere gingen verkondigen, zodat harten van verlorenen herwonnen konden worden voor God en Christus.

Dit Woord, deze waarschuwing van de Heer Jezus, bewijst dat de Heer met liefde het hart van Zijn mannen heeft geforceerd, geprest, om toch vooral te laten varen en weg te werpen wat van Farizeeërs en van Schriftgeleerden was.

En moest in de allereerste plaats door de discipelen die verdorven leer overboord geworpen worden, dan wilde dat ook zeggen dat Zijn mannen moesten wegwerpen, alles wat ook door hen verkeerd geleerd was.

Want zelfs met overleveringen der ouden had de Heer in het geheel niets op. Daarvan wilde de Here Jezus niets horen.

In Markus 7 vers 1 tot en met 23 antwoordde de Heer zeer scherp over verkeerde mensenleer. In Johannes 4 vers 19 tot en met 23 gaat Hij niet in op menselijke voornaamheid, maar wijst aan dat de kostelijke leiding van de Heilige Geest de enige ware hulp brengen kan van de hemel.

Deze geheiligde bijstand was het, dien de Here Jezus wist, dat komen zoude, allereerst in de harten van deze Zijn discipelen. Aangedaan zouden de apostelen worden met kracht uit de hoge.

En zo leerde ons aller Heer en Heiland deze toekomstige arbeiders, en daarbij zo veel van die duizenden, die namelijk de liefde der waarheid aan wilden nemen. Van dit ogenblik af konden vele toehoorders vernemen dat deze Jezus iets bijzonders voor had met deze mannen, welke Hij meer malen extra aansprak in het bijzijn van luisteraars.

De Here Jezus kende de harten van alle mensen en Hij wist, dat velen heel gaarne vasthielden aan oude gewoonten, ja, dergelijke gewoonten als iets voornaams, iets heiligs achtten.

En zo leerde de Here Jezus in tegenwoordigheid van allerlei hoorders Zijn discipelen.

In zekere zin was dit voor die apostelen een steun. Zij konden namelijk bij hun verkondiging van het Evangelie zich er op beroepen: “Zo is de wil des Heren, zo moeten wij leren.”

Namelijk heiliger en reiner dan die alom bekende Schriftgeleerden en Farizeërs.

De Here Jezus zag de toekomst in. De Heer wist, hoe ontzettend veel bederf er reeds geleerd was. Daar de Heer de toekomst helder voor Zich zag, leerde de Heer deze eerste apostelen op zo’n aangrijpende wijze. De Heer Jezus leerde hen om door deze mannen waarlijk betere en reinere harten hulp te brengen in diegenen, welke met ernst horen en geloven wilden.  De Heer Jezus wilde trachten te redden van het verderf, want groot medelijden had de Heer met het verlorene, want men had gehoord, hetgeen niet goed was.

Het Evangelie, dat door de Heer Jezus het eerste is geleerd en geopenbaard, had al heel spoedig bewezen buitengewoon veel hoger te staan dan alles wat de Farizeeërs en de Schriftgeleerden gezaaid hadden.

Leest men met eerbied en met kinderlijk geloof het Evangelie, dan verneemt men buitengewoon de voorname kracht die in de woorden van de Here Jezus ligt.

Gewoonlijk leest de mens over heel veel belangrijke punten heen.

Men kent de Bijbel al tamelijk goed, meent menigeen bij zichzelf.

Zulke mensen horen soms heel gaarne iets nieuws, ja lezen met hartenlust elk boek dat maar onder hun bereik komt, terwijl toch voor verzegelde gelovigen het lezen van de Schrift zeer, zeer nodig is, daar onze tijd en ons leven zo veel beslag leggen op ons, want daar is zo veel nieuws telkens weer!

Maar letten wij met kinderlijk geloof en met liefde op de kostelijke woorden van onze Heer en Heiland, dan kunnen wij óók uit ons klein tekstwoord duidelijk gewaar worden, dat ook wij allen dienen te onderscheiden wat wij horen.

Ja, ten allen tijde dienen wij te vragen: “Wat wil de Here Jezus van verzegelde mensen?”

Naast machtig vele verschillende godsdienstleraars treft men in deze onze bedorven tijd ook ontzettend veel leugenachtige sprekers aan, welke soms met grote zachtmoedigheid, ja soms met voorbeeldige meegaandheid hun meningen uiteenzetten, waardoor zwakke gelovigen al spoedig, na zoiets gehoord te hebben, dergelijke uiteenzettingen gaan overdenken.

En heeft men dan weinig Schriftkennis, dan blijven mensenwoorden gemakkelijker in het hart, dan de van God gezegende woorden van het Evangelie. Daarom is dit in onze tijd zeer, zeer nodig dat ook wij maar met ruim begrip gaan geloven en overdenken dat deze woorden van de Heer Jezus ook voor ons gelden, ook voor ons geschreven staan en van groot belang zijn om staande te kunnen blijven in deze onze bedorven tijd.

Het ongeloof en de antichrist is in grote ontwikkeling aan het toenemen. Dit antichristendom geeft ons te aanschouwen, dat grote machtige volkeren zijn goddeloze leer hebben aangenomen, daar ze gehoord hebben met te weinig kennis van de Heilige Schrift.

Was in de dagen van de Heer Jezus veel bederf gezaaid door menselijke leringen, ook onze tijd is verbazend achteruitgegaan voor wat betreft degelijkheid en eerbaarheid. Deze punten getuigen hoe vervreemd men is van het Evangelie.

De media zijn iets wonderlijks en brengt menig nieuws, maar werkt tevens mede, in vele gevallen, tot verbreiding van allerlei. Zowel van het verkeerde als van het nuttige.

Meer en meer acht gaan geven op wat door ons gehoord wordt en daarbij overdenken wat geschreven staat, dat is de wil des Heren.

Sprak de Heer dat daar geveinsdheid was in de tijd toen Hij met heilige liefde het Evangelie verkondigde, dan kan men iets voelen van de bezorgdheid, die de Here Jezus hierin getoond heeft, om toch maar te kunnen redden en behouden.

Dat verderf van de geveinsdheid heeft de Heer aangeduid met goddelijke standvastigheid en met goddelijke kennis van het verborgene.

Hoe zou de Heer spreken over het nu heersende bederf?

En zou men nu nog niet veel meer moeten vasthouden aan de kostelijke leer van het Evangelie, nu dat het verderf zo ontzettend is vermenigvuldigd?

Indien elke verzegelde de tijd wil zien, zoals die waarlijk is, daarbij meer met heilige eerbied lettend op de heilige woorden van het Evangelie van onze Heer Jezus Christus, ja, als wij allen iets meer gaan doen voor de Heer dan wat wij tot nog toe deden, daarbij rekening houdend met wat wij zelf te horen krijgen, maar ook met wat wij beter, reiner en heiliger behoren te doen dan degenen waarvan de Heer nu ook afkeurend zou spreken, dan deden we naar Zijn wil en vermeden we de grote fouten van de Farizeërs en Schriftgeleerden.

Denken wij nooit te hoog van onszelf, maar nemen wij met liefde tot de Heer ook deze uitspraak van de Heer ter harte, dat Hij, de Heer Jezus, alleen de Reine, de Heilige was.

En Hij alleen heeft de wil des Vaders gedaan, Hij heeft geleerd en geopenbaard, alles wat de Vader hem gegeven had (Joh. 8:28).

Maar een Judas was de man, welke steeds in de nabijheid van de Heer Jezus geleefd en verkeerd heeft, gelijk al de andere apostelen. Maar hij heeft geluisterd naar verkeerde inblazingen des harten of ook wel naar misleidende mensen: “niet alles wat men hoort is goed.”

De Here Jezus meer en meer van harte gaan liefhebben, Zijn woorden met meerder eerbied gaan geloven en onderzoeken en met heiligheid van Hem spreken is de taak van hen, die Hem eren. En die Hem alzo dient, de Vader zal hem eren (Joh. 12: 26).

Trachten wij allen, dit te bereiken! Amen

Schrijf u in om berichten in uw emailbox te ontvangen

Door op 'Inschrijven' te klikken gaat u akkoord met de Privacyverklaring.