Een nieuwe weg

“Gij zult mij leiden door Uw raad; en daarna zult Gij mij in heerlijkheid opnemen.” (Ps. 73:24).

De Heer Jezus spreekt in Lukas 21 vers 20 t/m 22 over de aanstaande verwoesting van Jeruzalem en geeft aan Zijn discipelen een aanwijzing hoe ze uit die stad moesten trekken om aan haar verwoesting te ontkomen.

Volgens de kerkgeschiedenis vinden we vermeld dat de kleine christengemeente Jeruzalem heeft kunnen verlaten toen die stad van heirlegers omsingeld werd. Zij gingen toen naar het Over-Jordaanse stadje Pella, waar ze veilig waren.

Dit uittrekken uit het belegerde Jeruzalem is het beeld van de wegneming der eerstelingsgemeente uit het geestelijk Jeruzalem, de Algemene Christelijke Kerk, voor de vreselijke verwoesting welke over haar komen zal.

Want gelijk het aardse Jeruzalem verwoest is, alzo zal ook het geestelijk Jeruzalem verwoest worden.

Doch de belofte is ook door de verzegeling gegeven dat, die deze ontvangen hebben, uit de verdrukking zullen verlost worden en opgenomen ten hemel.

Onze tekst uit Psalm 73 vers 24 wijst op die opname ten hemel.

En nu is de uittocht van de christenen uit het belegerde Jeruzalem en hun trekken over de Jordaan naar Pella, van de opname een voorbeeld.

Dit trekken over de Jordaan naar de wijkplaats, herinnert ons aan een andere overtocht van het oude Israël.

Eenmaal toog ook Israël droogvoets door de Jordaan om daarna het Beloofde Land in te gaan.

En deze overtocht zal ons een voorbeeld zijn voor onze opname ten hemel.

Eerst gingen de Israëlieten droogvoets door de Rode Zee. Wij kunnen ons voorstellen dat ze dus afdaalden in de bedding en er daarna weder uit opstegen. Dit moest voor hen beeld en lering zijn, dat ze het oude leven van het afgodische Egypte moesten afleggen en een nieuw leven moeten aanvangen.

Daarom vergelijkt de apostel Paulus dit doortrekken door de Rode Zee met de doop.

Want ook door de doop zijn we van uit de wereld (Egypte) overgegaan in het nieuwe leven in Christus (1 Kor. 10:2 in verband met Titus 2:11,12).

De schoonheid van dit beeld kan de ontwikkelde lezer zelf nog wel verder verstaan.

Aan het einde van de tocht door de woestijn, trok Israël opnieuw door een drooggemaakte bedding, maar nu een rivier, om zo in het Beloofde Land te komen.

En wat heeft nu deze tocht door de Jordaan voor ons te beduiden?

Het water der Jordaan kunnen we hier zeker voorstellen als wateren des doods.

De wateren bij de zondvloed waren doodswateren (Gen. 7:21-23).

Ook was het water zulks voor Jona (Jona 2:5). Het geldt voor hem als het einde van zijn leven.

Zo is ook deze rivier de Jordaan, het water des doods, te vergelijken met het einde des levens, dat een ieder wacht.

Israël ging echter niet door het water, maar door het droge naar de overzijde.

Wij willen deze geschiedenis eens nagaan. In Jozua 3 vers 14-17 zien we, hoe deze overtocht geschiedde.

Eerst gingen de priesters, dragende de ark, in de Jordaan en bleven de wateren, die van boven kwamen, stilstaan. Daardoor werden de wateren afgesneden en de plaats, waar de priesters stonden, werd droog.

De priesters bleven daarop midden in de Jordaan staan.

Daarna trok al het volk door de droge bedding. Van tevoren, we lezen dit in Jozua 3 vers 2-5, was er geboden hoe de overtocht moest plaats hebben.

Eerst gingen de priesters met de ark vooraf en daarop kon het volk volgen.

Maar er moest eerst nog ruimte zijn. Pas in het midden der Jordaan, mocht het volk de ark passeren.

De priesters gingen voor, opdat het volk die weg zou weten, welke zij te gaan hadden, WANT ZE WAREN VOORTIJDS NIET DOOR DIE WEG GEGAAN.

Het zou dus voor hen een nieuwe weg zijn.

O, hoe zal Israël toen vol spanning naar al deze voorbereidingen gezien hebben.

Want nu zouden ze ook de ark des verbonds zien, die in het heilige der heilige had gestaan, en die altijd voor hen verborgen was.

Want de oude Israëlieten, die de ark gezien hadden, toen deze vervaardigd werd en in het heilige der heilige geplaatst, waren alle gestorven in de woestijn.

En het jongere geslacht, dat in die veertig jaren zwerven opgegroeid was, had die ark niet gezien.

En nu zou deze aanschouwd worden door hen, omringd van de priesters, ze zouden in tegenwoordigheid van die ark mogen kennen. In de tegenwoordigheid van dat Heilige, waarop God Zich openbaarde, vanwaar Hij zijn zegeningen gaf.

En dan de nieuwe weg, die zij gaan moesten.

O, met heilige vreze waren ze vervuld bij alles wat hun nu te wachten stond! Daar brak de dag aan. Het volk moet vertrekken uit de tenten.

En ja, daar treden de priesters voor, dragende de ark, met heilige schroom ziet het volk hen voortschrijden naar de Jordaan. Het staat nu nog op eerbiedigen afstand, wachtende op de dingen, die komen zullen.

Ja, daar zien we, dat het water stilstaat en de priesters gaan door de droge bedding naar het midden der rivier. Nu mag het volk volgen. Eerbiedig gaat het voorwaarts, de Heilige ark voorbij en betreden de andere oever.

Halleluja! Ze zijn in het land der belofte.

Welk een schoon beeld ligt hierin voor ons opgesloten.

Daar wacht ons een nieuwe weg, eertijds niet begaan. Voortijds is zulks niet geschied.

Want de belofte is daar, die als een verborgenheid door de apostel Paulus verkondigd is, 1 Korinthe 15 vers 51,52: “Wij zullen wel niet allen ontslapen. Maar die levend overblijven zullen ook veranderd worden.”

Hoe zal die nieuwe weg zijn?

O, is onze verwachting ook zo gespannen, als toen bij Israël?

Door de ambtlieden wordt het ons verkondigd, hoe dit ingaan in het beloofde land zal geschieden, niet door de wateren des doods, maar levend overgaan naar de heerlijkheid.

Dan zal ook de ark des verbonds, de Heer Jezus, gezien worden. Temidden der priesters, als afgezonderden des volks, de ontslapenen, want de ontslapenen zullen eerst opstaan. Zij zullen ons voorgaan en door hen te zien zullen wij de weg weten (1 Thess. 4:14).

Door de opstanding der ontslapenen zullen wij zien, dat de Heer Jezus komt om ons te halen, zij gaan ons voor (1 Thess. 4:15,16).

De doodswateren werden om zo te spreken door de priesters met de ark tegengehouden. Want zij staan met Christus steevast op het droge. Dat wil zeggen: de dood kan door de opstanding der ontslapenen en doordat Christus voor hen Zich openbaart nu geen heerschappij uitoefenen over degenen die levend zullen overblijven.

En nu, de levenden mogen dan de ontslapenen zien.

Met heilige schroom zullen dezen aanschouwd worden in hun witte gewaden der rechtvaardigheid; in hun blinkende gestalten, reeds aan het heerlijk lichaam van de Heer Jezus gelijk.

Zij, de levenden, weten nu, ziende op de ontslapenen, dat ook de Heer in hun midden is.

Dan mogen de levenden ook voorttrekken voorbij de dood (1 Kor. 15:51,52).

Wel moeten ze veranderd worden. Gelijk Israël door de bedding der rivier trok, en dus ook daarin afdaalde, zo moeten de levenden ook de verandering, tijdens dit doortrekken, ondergaan en een verheerlijkt lichaam ontvangen.

En tijdens deze verandering, aanschouwen ze de Heer Jezus; want wij zullen Hem tegemoet gaan in de lucht (1 Thess. 4:17).

Gelijk Israël toen de ark des verbonds zag, die altijd verborgen was in het heilige der heilige zo mogen dan ook de levend overblijvenden Christus, Die zij naar het vlees niet gekend hebben, dan in Zijn verheerlijkt lichaam aanschouwen.

Welk een ontzagwekkend ogenblik, deze opname, als dan ook de lieve Heiland mag gezien worden in Zijn heerlijke gestalte.

De priesters bleven met de ark staan, totdat al het volk over was getrokken.

Zo zijn ook de ontslapenen als de wolk, waarin de twee getuigen opvaren ten hemel, en zo wordt door deze wolk de opname der levende als achtertocht gedekt.

Zo, gaan allen, levenden en ontslapenen, in tot de vreugde des Heeren, in het land van de belofte.

Dan zal waar worden wat wij zingen uit Psalm 73 vers 12: “Gij zult mij leiden door Uw raad, o God, mijn heil, mijn toeverlaat! En mij, hiertoe door U bereid, opnemen in Uw heerlijkheid!” (Psalmen en Gezangenboek, 1938).

Dan zal ook het eeuwig halleluja klinken ter ere van God en het Lam, en de verheerlijkten zullen dan zingen (Openb. 5:12): “Het Lam, Dat geslacht is, is waardig te ontvangen de kracht, en rijkdom, en wijsheid, en sterkte, en eer, en heerlijkheid, en dankzegging.”

Amen.

Schrijf u in om berichten in uw emailbox te ontvangen

Door op 'Inschrijven' te klikken gaat u akkoord met de Privacyverklaring.